Betrouwbaarheid

In het werk handelen volgens algemeen aanvaarde (binnen de organisatie gedeelde) sociale en ethische normen. Altijd kunnen uitleggen en verantwoorden waarom bepaalde acties ondernomen zijn, ook wanneer het resultaat ervan niet is wat van tevoren was gehoopt.

Gedragsvoorbeelden:

  • Zich bewust zijn van eigen normen en waarden en daar consequent naar handelen;
  • Aangeven wanneer zaken van u verwacht worden die niet in overeenstemming zijn met uw eigen normen of die van de beroepsgroep;
  • Aan normen vasthouden, ook wanneer dat nadeel, spanning of conflicten met zich meebrengt;
  • Toevertrouwde persoonlijke informatie van en over anderen beschermen (en dus geen misbruik maken van macht of voorkennis);
  • Gemaakte fouten toegeven en uit eigen beweging stappen ondernemen om de schade te verminderen;
  • Erop toezien dat er geen verstrengeling van belangen plaatsvindt met collega's of binnen de projectgroep;
  • Uzelf en uw eigen (on)mogelijkheden kennen;
  • Consequent zijn;
  • Doen wat beloofd is en afspraken nakomen. De verantwoordelijkheid op zich nemen wanneer dit niet lukt en openheid van zaken geven omtrent redenen en omstandigheden;
  • Eerlijk zijn door te zeggen wat u denkt en te doen wat u zegt;
  • Niet meedoen aan 'wandelgangengepraat';

Reflectievragen:

  • Heeft u wel eens een situatie meegemaakt waarin de organisatieregels botsten met uw eigen normen en waarden? Hoe ging u daar mee om?