Leerling aan het woord | Wouter Lambermont (vwo)

Onze vavo-leerlingen zijn allemaal anders. De een wil alsnog zijn mavo-, havo- of vwo-diploma halen en de ander volgt maar één vak voor een certificaat. Eén ding hebben ze allemaal gemeen: ze doen er alles aan om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Zo ook Wouter (32). Hij combineert een eigen bedrijf met het alsnog halen van zijn vwo-diploma. Zo kan hij straks toch die universitaire opleiding doen.  

Even voorstellen

Wouter heeft een havo-diploma op zak, maar studeerde nooit verder. Inmiddels is hij al 8 jaar ondernemer. Hij heeft een eigen bedrijf in bekabeling en elektra. “Dat bevalt goed, maar de concurrentie in mijn vakgebied is groot. Ik wil mijn kennis verbreden en uiteindelijk iets gaan doen waar ik meer plezier uithaal. Ik weet dat ik de capaciteiten heb, maar ik gebruik ze nu niet.” Zijn doel? Dierenarts worden. “Maar diergeneeskunde is een universitaire studie. Daar heb ik dus wel mijn vwo-papiertje voor nodig.” Hij probeerde dat eerst via het staatsexamen. “Dan moet je alles thuis leren en word je maar twee keer getest. Dat bleek voor mij niet haalbaar.”  

Voor welk traject op het vavo heb je gekozen?  

Wouter wil zijn vwo-diploma in twee jaar tijd halen. “Afgelopen jaar heb ik de bètavakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde gevolgd. Dit jaar doe ik de alfavakken en mijn profielwerkstuk. Op die manier kan ik het studeren blijven combineren met ondernemen. Want de rekeningen moeten natuurlijk ook betaald worden.”  

Hoe zien jouw lesweken er uit?  

Wouter: “Omdat ik de vakken verdeel over twee jaar, heb ik per jaar niet zoveel contacturen. In eerste instantie had ik bijna iedere dag wel een les, maar uiteindelijk kon ik die lessen in overleg met docenten verdelen over drie dagen. Dat was fijn, want op de andere dagen kon ik me dan vol op mijn onderneming richten.” Studie combineren met werk was af en toe lastig. “Ik moet hard werken en vooral heel goed plannen. Soms moet je ook lastige keuzes maken. Ik heb wel eens een kleine opdracht voor mijn werk moeten laten schieten, maar voor een grote opdracht heb ik ook een keer een week school gemist. Maar als je echt flexibel bent, dan kun je het uiteindelijk wel combineren.” 

Wat vond je van de lessen?  

“De lessen vond ik erg goed. Voor scheikunde had ik bijvoorbeeld een hele fijne docent en bij wiskunde merkte ik dat het door het vele oefenen steeds beter ging. De band met de docenten vind ik ook heel fijn. Je merkt dat ze voor iedereen de tijd kunnen nemen. Als je ergens mee zit, dan word je altijd geholpen en je mag altijd vragen stellen.” Extra begeleiding heeft Wouter niet nodig. “Ik heb alles vrij zelfstandig gedaan. Maar wel met die belangrijke stok achter de deur dat je altijd aanwezig moet zijn. En dat helpt.”  

Wie zijn je medeleerlingen? 

Wouter: “Veel leerlingen zijn tussen de 18 en 20 jaar oud, maar er zijn zeker ook uitzonderingen zoals ik. Zo is er iemand die extra uren nodig had voor bijscholing, maar ook een gepensioneerde man die toch nog graag zijn vwo-diploma wilde halen.” De band met de andere leerlingen is goed. “De jongeren trekken veel samen op. Zelf zit ik meer bij de oudere leerlingen. De sfeer is altijd goed, ik heb altijd veel lol.” 

Zou je het vavo aanraden aan anderen?  

Wouter: “Ik zou het anderen zeker aanraden om op latere leeftijd via het vavo nog een diploma te halen. Maar wel alleen als je echt een doel voor ogen hebt en er hard voor wilt werken.” Het grootste voordeel van het vavo zijn de contacturen, legt hij uit. “Je moet aanwezig zijn en zo wordt automatisch alle lesstof verdeeld over het jaar. Bij een staatsexamen moet je het allemaal zelf uitzoeken. Dan kan het zomaar zijn dat je op het laatste moment ineens nog 3 boeken van buiten moet leren. Hier word je gedwongen om het hele jaar door de stof bij te houden. Ook  leer je  meteen welke stof belangrijk is en welke niet.” 

Hoe ziet jouw toekomst er uit?  

Dit schooljaar doet Wouter Nederlands, Engels, Duits, economie en maatschappijleer. “In totaal is dat ongeveer evenveel lesuren als dit jaar.” Hij ging het schooljaar in met een ongewijzigde doelstelling: hard werken en dat papiertje halen. “Hopelijk word ik komend jaar ingeloot voor de studie diergeneeskunde. En zo niet, dan ga ik geneeskunde doen of een andere technische studie.” Daar zal hij een iets oudere student zijn dan de meeste anderen, maar daarover maakt hij zich geen zorgen. “Zoals het er nu uitziet, moet ik nog tot mijn 74e doorwerken. Dat is nog 42 jaar. Tijd genoeg dus om helemaal opnieuw te beginnen. Ook als je al in de 30 bent.”