Qua uiterlijk lijkt ze op haar moeder. Klein, gespierd en smal. De pitbullmentaliteit heeft ze waarschijnlijk van haar vader, een fanatiek wielrenner. Topsporttalent zit niet in het gezin Janssen, toch is de kans heel groot dat Lotte met haar 53 kilo de sterkste vrouw in de wereld gaat worden. Ze is net met de tweede opleiding op het Johan Cruyff College Nijmegen gestart. “Ik ben mentaal sterker geworden.”

Thuis en op school was ze een stuiterbal en dol op stoeien. Moeder besloot vierjarige Lotte op judo te doen. Al gauw werd ze gekozen voor de selectie op de judoclub. Lotte kon haar energie kwijt in judo. Na een lekkere training was ze vaak helemaal 'kapot'. Dan verzuchtte haar moeder dat dat best fijn was thuis. "Voor het raam op de club zat ik te kijken naar wedstrijden van de oudere jongeren. Dat vond ik helemaal geweldig." Op haar tiende maakte ze voor het eerst heel bewust de Olympische Spelen mee op tv. "Ik volgde alle judowedstrijden en voelde dat ik daar ook wilde staan. De openingsceremonie, de interviews, geweldig vond ik dat. Toen begon eigenlijk mijn droom om ooit op de Spelen te staan."

foto Lotte

Heftigste

Het is wel het heftigste dat ze heeft meegemaakt in haar judocarriere: op haar veertiende scheurt haar kruisband af in haar knie. De emotie klinkt door in haar stem: "Ik was de jongste ooit die met deze blessure door een arts werd geopereerd. Eerst krijg je een kijkoperatie. Vervolgens kom je uit de narcose. Je hoort dat alles is afgescheurd. Alles schiet door je hoofd. Je weet dat je een jaar niet kunt trainen. Een jaar zie je je vriendinnen nauwelijks die je normaal iedere dag ziet. Judo was mijn alles. Op dat moment gaat je hele wereld stuk." Na de zware operatie moest ze een jaar revalideren. Eerst in een rolstoel, dan krukken, vervolgens fysiotherapie. Haar coach was ook haar fysiotherapeut en kon haar gelukkig goed begeleiden. "Hij nam me ook vaak mee op judostage. 'Kom Lotte, weer even in de judowereld.' Dat hielp heel erg. Ik had ook een revalidatie maatje. Zij had net als ik haar kruisband gescheurd, was zelfs wereldkampioen geweest. Ook een beetje een adhd-meid die hard is voor zichzelf. Daardoor sloeg ik me er doorheen."

Lotte vecht zich terug en staat een jaar later op het EK in Berlijn. Ze ligt voor in de wedstrijd, maar haar tegenstandster trapt met opzet keihard tegen haar knie. "Ik voelde het al, ik stond te wankelen op mijn benen. Het voelde precies zoals met die andere knie. Oh, shit, dacht ik. Ik ben naar mijn trainer gestrompeld, heb het nog een keer geprobeerd, maar het ging niet meer." Nu was ook de kruisband in haar andere knie afgescheurd. Ze merkte wel dat ze er nu sterker in stond. "Ik had vertrouwen dat het goed zou komen. Kom op, hoofd omhoog. Snel herstellen en dan weer knallen. Zielig doen en in een hoekje zitten, schiet ik ook niks mee op."

Oude liefde

Lotte ging keihard trainen voor de operatie om er daarna sterker uit te komen. Haar krachttrainer van Waalsport wees haar op haar 'goede gevoel voor de halter'. "'Nu je toch geblesseerd bent, waarom zou je dan niet aan het NK Gewichtheffen meedoen?'', vroeg hij. Waarom niet? zei ik tegen mijn ouders. Ik vind het leuk om te proberen, het is weer wat anders. Ik kon nu toch niets met die knie. De operatie heb ik drie weken uitgesteld zodat ik mee kon doen aan het NK." Lotte brak het Nederlands record met 77 kg 'stoten' (de halter boven het hoofd strekken, red.).

Al een half jaar na de operatie was ze klaar met de revalidatie en stond ze weer op de judomat. De trainingen gingen best goed, maar toch zakte ze weer door haar knie. "Ik was bang geworden. Weer MRI-scan, weer die hele riedel. Ik weet nog dat ik op mijn kamer zat en mijn moeder bij me zat. Ik was helemaal kapot en besefte dat ik het niet meer durfde en het niet meer wilde. Ik wilde ook niet het risico lopen dat ik op mijn 25e een nieuwe knie moet. Ik was er echt helemaal klaar mee."

Lotte Janssen NRC

Soms is de verleiding te groot en trekt ze het judopak weer aan.

Het succes maakte gewichtheffen natuurlijk meteen extra leuk. "Het is een heel andere sport. Hier merk ik dat het voor mij een kick is om als klein meisje twee keer mijn gewicht te kunnen tillen. Ik voel dezelfde passie. Ik doe het nu pas twee jaar, dus het duurt nog even voordat het echt zo voelt als judo. Maar ik ben goed op weg." Afscheid van judo heeft ze nooit genomen. Ze volgt de wedstrijden nog steeds. "Als ik daaraan denk is het soms nog wel moeilijk. Ik ben geblesseerd geraakt en heb zelf niet de keuze kunnen maken om te stoppen. Mijn twee wedstrijdpakken liggen nog steeds bovenin de kast. Stel dat ik het toch nog eens zou kunnen..." Soms is de verleiding te groot en trekt ze het pak even aan. "Dat voelt toch weer lekker." Door judo is ze mentaal sterker geworden. "Ik was best wel onzeker. Dat was op sommige toernooien soms wel een probleem. Door judo ben ik zekerder geworden." Haar judovrienden zijn gebleven. "Dat blijft gelukkig."

In gewichtheffen heeft ze een trainingsmaatje, Shannen Dooley, ook student op het Johan Cruyff College. Gewichtheffen is een kleine sport waarin je veel alleen traint. "Dan is een buddy heel belangrijk. Als ik zie dat Shannen een PR (een personlijk record, red.) heeft, denk ik: de volgende keer pak ik jou”, lacht ze. "Het is gezonde competitie, hoor. Dat motiveert enorm."

Volwassener

Na haar succes op het NK, werd ze op het EK Gewichtheffen junioren vierde. Op het EK senioren elfde. Ondanks de vele successen gaat de Olympische Spelen in Rio nog niet lukken, maar de Spelen in Tokio is heel realistisch. "Op dit moment groei ik enorm. Ik heb net mijn PR gehaald en 100 kg voorgeslagen (halter voor de borst slaan, red.). Fysiek groei ik ook, echt niet normaal. Mijn benen en mijn armen worden steeds gespierder. Dat is wel leuk, als je de verandering ziet. Ik weet dat die vier jaar naar de volgende Spelen zo voorbij zijn." Ze traint zes keer per week drie uur per dag. "Het zijn harde trainingen die je niet meteen twee keer per dag kunt doen. Ik ben aan het opbouwen. Het doel is uiteindelijk twee keer per dag trainen. Ik zit dus nog in de beginfase."

Gewichtheffen heeft haar zeker veranderd. Het is een mentaal spel, niet alleen maar dom gewichten heffen. Je daagt elkaar uit, alle coaches zitten tijdens de warming-up van de wedstrijd om je heen en iedere kilo die je meer gaat heffen wordt geregistreerd. Een tactisch spel. Daar moet je tegen kunnen. Het is doodstil in de wedstrijd en dan sta je alleen op het enorme podium. Ze lacht: "Zo stil als op een begrafenis. Het is echt een concentratiesport waarin techniek en kracht het belangrijkste zijn." Mentaal ben ik hier nog sterker door geworden. Na het EK junioren, kwam iedereen op me af: atleten, pers, coaches. Dat is best moeilijk voor je focus op de wedstrijd, maar daar word je wel volwassener van. Nu doet het me allemaal niet zo veel meer."

Vertrouwen

Als judoka begon ze vier jaar geleden op het Johan Cruyff College Nijmegen op niveau 3 met de studie Commercieel Medewerker Sport. Lotte voelde zich voorheen onzeker op school. "Dyscalculie maakte dat er niet beter op." "Op de middelbare school lieten leerkrachten weten dat ze wanhopig van mij werden in rekenen. Dat is niet echt motiverend. Op het Johan Cruyff College krijg ik al het vertrouwen van de docenten. Daardoor ben ik nu ook niveau 4 aan het doen. Zonder het team van JCC had ik dat nooit kunnen doen." Ze wil na deze opleiding parttime gaan werken om werk te kunnen combineren met haar sportcarrière. Dan gaat ze zich helemaal focussen op Tokio 2020. Ooit droomt ze ervan een eigen sportschool te openen. "Wie weet wat er nog allemaal gaat gebeuren. Het belangrijkste is dat ik het uiterste uit mezelf haal."

Tekst: Anoushka van Bemmel

Foto met halter: NRC

     
×
Wij gebruiken Cookies

ROC Nijmegen gebruikt cookies (en andere technieken) en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website onder andere om deze te analyseren en te verbeteren. Meer informatie

Cookies accepteren