Het beëindigen van een beroepspraktijkovereenkomst (BPVO) heeft gevolgen voor de student.
Bij de BOL-opleiding zijn die gevolgen anders dan bij de BBL-opleiding.

Beëindigen van BPVO bij de BOL-opleiding

Bij de BOL-opleiding worden doorgaans meerdere praktijkovereenkomsten afgesloten. Dit staat in het leerplan van de opleiding.
Bij het beëindigen van de BPVO gaat het roc op zoek naar een nieuwe BPV-plaats voor de student. Tenzij dit door de omstandigheden niet van het roc verlangd kan worden. Dat wordt per geval beoordeeld.
Bij beëindiging van de BPVO, eindigt de onderwijsovereenkomst niet vanzelf. Deze moeten afzonderlijk worden opgezegd.

Beëindigen van BPVO bij de BBL-opleiding

In de BBL is de werksituatie bij het leerbedrijf het uitgangspunt. Hier geldt de BPVO in principe voor de gehele opleidingsduur. Bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst eindigt niet automatisch de BPVO. De arbeidsovereenkomst en de BPVO staan los van elkaar. Aan beide overeenkomsten ligt een andere relatie ten grondslag.

  • De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen werkgever en werknemer;
  • De BPVO is een overeenkomst tussen ROC Nijmegen, het leerbedrijf en de student. Rekening houdend de beëindigingbepalingen moet het leerbedrijf deze beëindigen;
  • Als het leerbedrijf de arbeidsovereenkomst wil beëindigen, moet het de daarvoor geldende arbeidsrechtelijke regels in acht nemen. In veel gevallen beteken dit het aanvragen van een ontslagvergunning bij het UWV.

Als de BPV-overeenkomst eindigt, eindigt niet de onderwijsovereenkomst. Dat is een afzonderlijke overeenkomst die apart moet worden opgezegd. Bij het beëindigen van de BPV-overeenkomst moet een nieuwe BPV-plaats gevonden worden.

     
ROC Nijmegen gebruikt cookies (en andere technieken) en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website onder andere om deze te analyseren en te verbeterenOK, sluiten