ROC Nijmegen werkt voor de beroepspraktijkvorming (BPV) van haar studenten zeer intensief samen met bedrijven en instellingen in de regio. Beide partijen doen hun voordeel met deze samenwerking. Het begeleiden van studenten in een praktijkomgeving kost een bedrijf tijd en middelen. Het levert het bedrijf up-to-date kennis en informatie van de opleiding op. Ook draagt het bij aan de ontwikkeling van deskundigheid van vakmensen in de eigen branche. En mogelijk levert het nieuwe medewerkers op. Voor het roc is deze partnerschap belangrijk om haar studenten met voldoende praktijkkennis goed voorbereid op de arbeidsmarkt te kunnen afleveren.

Erkend leerbedrijf

Voordat een bedrijf een student officieel mag begeleiden, moet het erkend zijn door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Zonder deze erkenning kan het leerbedrijf geen stagiairs opnemen. Een BPV bij een niet-erkend bedrijf, telt niet mee voor de opleiding. Kortom: zonder erkenning van de SBB is een BPV bij een bedrijf niet mogelijk.

Een erkend leerbedrijf

  • biedt de student een goede en veilige werkplek die aansluit bij zijn opleiding. Bij dit bedrijf oefent de student het beroep uit waarvoor hij in opleiding is met de werkprocessen en werkzaamheden die daarbij horen;
  • stelt een praktijkopleider aan die de eisen van de opleiding kent en die is in staat de student op de werkvloer op te leiden en te coachen. Het bedrijf maakt tijd, ruimte en middelen vrij om de praktijkopleider zijn taak te laten uitvoeren;
  • is bereid om samen te werken met de school en de SBB en verstrekt de daartoe benodigde informatie;
  • staat met bedrijfsgegevens vermeld op Stagemarkt.nl, de website waar mbo-studenten een stageplaats of leerbaan zoeken.

Een bedrijf kan een erkenning aanvragen bij het Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Inventarisatie van de leermogelijkheden

Bij de erkenning (accreditatie) door SBB is gekeken welke kwalificaties een leerbedrijf mag uitvoeren. Voor de student is het belangrijk om te weten wat hij er precies kan leren.
Bijvoorbeeld: een kapster in opleiding moet leren permanenten. Uit de praktijk is gebleken dat het leerbedrijf waar ze haar BPV volgt vrijwel geen klanten heeft die hun haar laten permanenten. Dat beperkt de leermogelijkheden voor de student, waardoor ze mogelijk haar leerdoelen niet haalt.

De opleiding brengt in kaart welke leermogelijkheden geoefend en beoordeeld kunnen worden binnen elk leerbedrijf. Zo kan het roc een leerbedrijf kiezen dat aansluit bij de leerbehoefte van de student. Studenten kunnen ter voorbereiding op de BPV ook zelf de leermogelijkheden (en andere wetenswaardigheden) van bedrijven in kaart brengen en die bijvoorbeeld aan elkaar presenteren.

Vergoedingen, verzekeringen en inkomsten student

Wanneer een student start met een BPV wordt beroepspraktijkovereenkomst (BVPO) opgesteld. Daaraan gekoppeld kunnen het leerbedrijf en de student een arbeidsovereenkomst aangaan of afspraken maken over het verstrekken van een vergoeding. Dat is echter niet verplicht. Dat hangt af van de status van de student. Hiervoor zijn drie mogelijkheden:

  1. De student is werknemer. Naast de praktijkovereenkomst is er een arbeidsovereenkomst;
  2. De student krijgt een vergoeding van het leerbedrijf. Naast de praktijkovereenkomst is er een vergoedingenovereenkomst; 
  3. De student krijgt geen vergoeding van het leerbedrijf. Er is alleen sprake van een beroepspraktijkovereenkomst.

Bovenstaande varianten zijn in het mbo in zowel de beroepsbegeleidende (BBL) of de beroepsopleidende leerweg (BOL) mogelijk. In het algemeen heeft alleen de BBL-student tijdens de BPV een arbeidsovereenkomst. In alle gevallen moet rekening worden gehouden met wet- en regelgeving over belasting, sociale zekerheid en zorgverzekering.

Subsidie voor leerbedrijven

Het leerbedrijf kan mogelijk met een praktijkovereenkomst een beroep doen op de Subsidieregeling praktijkleren. Dat is een subsidiemaatregel van de overheid die het scholen van medewerkers beloont.

Verzekering en aansprakelijkheid

Wie in welke gevallen aansprakelijk is bij schade en ongevallen tijdens de BPV staat in het overzicht Verzekering en aansprakelijkheid.

 

Afstemming tussen opleiding en leerbedrijf

Een goede afstemming tussen de begeleiding op school en de beroepspraktijk versterkt de leer- en ontwikkelprocessen van de student op individueel en collectief niveau. De inhoud van de opleiding moet daarom goed aansluiten bij de beroepspraktijk. ROC Nijmegen is eindverantwoordelijk voor het leren in de BPV. De dagelijkse begeleiding en instructie ligt in handen van het leerbedrijf. Ieder heeft daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid. Welke verantwoordelijkheden dat zijn, hangt af van de opleiding. Elk leerbedrijf wijst een begeleider aan die de student tijdens de BPV begeleidt in de ruimste zin van het woord. De begeleider stelt de student op de hoogte van het verloop van de BPV-periode. Voorafgaand aan de BPV informeert de opleiding het leerbedrijf over de motivatie van de student en over eventuele belemmerende en stimulerende factoren. De uitgangspunten van deze afstemming en andere aspecten van de beroepspraktijkvorming staan in het document pdf Visie en beleid beroepspraktijkvorming ROC Nijmegen .

Contact

Bedrijven en instellingen kunnen zich bij het roc aanmelden als leerbedrijf.

     
ROC Nijmegen gebruikt cookies (en andere technieken) en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website onder andere om deze te analyseren en te verbeterenOK, sluiten