Funderend en middelbaar beroepsonderwijs staan voor verschillende niveaus. Bij funderend beroepsonderwijs gaat het om de niveaus 1 en 2. In het middelbaar beroepsonderwijs om niveaus 3 en 4. De niveaus zijn te volgen in verschillende leerwegen: BOL of BBL.
Een beroepsopleiding rond je af met een diploma dat hoort bij het opleidingsniveau. De verschillende niveaus zijn:
Cursussen sluit je doorgaans af met (deel)certificaten en worden op verschillende niveaus gegeven.
Binnen het beroepsonderwijs zijn twee leerwegen mogelijk: de beroepsopleidende leerweg (BOL) en de beroepsbegeleidende leerweg (BBL).
Wie kiest voor de beroepsopleidende leerweg, volgt het grootste gedeelte van zijn opleiding op school. Daarnaast zijn er stages in de beroepspraktijk (tussen de 20% en 60%).
Studenten van de BBL werken het grootste deel van de tijd in de praktijk resp. in loondienst (minstens 60%). Minimaal één dag of avond in de week komen BBL-studenten naar school voor theorie en ondersteuning. Om de BBL te kunnen volgen, dient de student een leer-/arbeidsovereenkomst af te sluiten met een erkend leerbedrijf.